Hieronder geven we de financiële kaders weer, waarbinnen de Programmabegroting 2027 is opgesteld.
Indexeringen
Het prijspeil in Nederland ligt niet vast. Loon- en prijsstijgingen hebben invloed op de koopkracht van de gemeente. Vandaar dat de gemeente daarop anticipeert en door middel van prognoses probeert de loon- en prijsstijging in de komende begroting te verdisconteren. We maken aan de lastenkant onderscheid tussen lonen en loonkosten, materiële kosten en subsidies.
Voor de lonen en loonkosten gaan we uit van de meest recent afgesloten CAO, of van de raming van de loonvoet sector overheid het Centraal Planbureau (CPB) wanneer de CAO niet voor het gehele jaar is afgesloten.
Voor de materiële kosten nemen we uit het Centraal Economisch Plan van het CPB de raming voor de materiële overheidsconsumptie (IMOC) als basis. Voor de kosten voor vergoedingen in het kader van de Wmo en de Jeugdzorg sluiten we aan bij de norm van de VNG. Deze bestaat uit een combinatie van de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) en het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) in een verhouding van 90/10. Voor de gemeenschappelijke regelingen wordt aangesloten bij de ontwikkeling van de prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product (pBBP) in het gemeentefonds. De basis voor de indexatie van de subsidies is een combinatie van de loonvoet sector overheid en de materiële index.
De baten voor de loon- en prijsstijgingen krijgen we met name via het gemeentefonds. Daar zit een aparte vergoeding in voor de pBBP. Die pBBP hoeft echter niet overeen te komen met de daadwerkelijke kostenstijgingen bij gemeenten. Daarom heeft ons College als uitgangspunt dat de baten die we ontvangen via het gemeentefonds voor loon/prijsstijgingen in principe leidend is voor het beschikbare budget ten aanzien van de kostenstijgingen. Daarnaast houden we ook rekening met de extra opbrengsten van de eigen belastingen, zoals de onroerende zaakbelasting, toeristen-, precario- en parkeerbelasting.
Wij hanteren de onderstaande percentages:
Omschrijving | Indexatie | Basis | |
|---|---|---|---|
Loonkosten | 4,2% | loonvoet sector overheid | |
Materiële kosten | 2,1% | IMOC | |
Vergoedingen Wmo en Jeugdzorg | 3,7% | 90% OVA en 10% PPC | |
Verbonden partijen | 2,5% | pBBP | |
Subsidiebudgetten | 3,6% | 70% loonvoet sector overheid en 30% IMOC | |
Belastingen en heffingen | 3,6% | 70% loonkosten Utrecht en 30% IMOC | |
Omslagrente
Gemeenten financieren doorgaans niet per investering maar doen dit op totaalniveau. Hierdoor is er geen directe relatie tussen financiering en een betreffende investering. Zowel het jaarlijks bepalen van de omslagrente als het toerekenen van de rentelasten aan investeringen vindt plaats op basis van richtlijnen van het BBV. Op basis van die berekening is de omslagrente voor 2027 1,5%.
Gemeentefonds
De raming van het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2026 met geactualiseerde waarden van de verdeelmaatstaven.
Ontwikkelingen inwoners en woningen
De ontwikkeling van het aantal inwoners en woningen zijn belangrijke parameters in de verdeling van de algemene uitkering gemeentefonds. Deze cijfers zijn daarnaast het uitgangspunt bij de berekening van bijvoorbeeld de opbrengst onroerendezaakbelastingen. Ze worden ook gebruikt in de berekening van de benodigde maatschappelijke voorzieningen in het kader van de groei van de stad.
Omschrijving | 2027 | 2032 |
|---|---|---|
Inwoners | 381.649 | 406.961 |
Omschrijving | 2026-2030 | 2031-2035 | 2036-2040 |
|---|---|---|---|
Woningen | 13.991 | 16.356 | 13.136 |
Structureel sluitende begroting
Ieder jaar wordt een meerjarenbegroting opgesteld die structureel sluitend is: de structurele baten zijn elk jaar hoger dan of gelijk aan de structurele lasten.
Financiële kengetallen
Ten aanzien van de financiële kengetallen gebruiken we de volgende uitgangspunten:
● De solvabiliteit kent een signaalwaarde van 20% en een minimale omvang van 15%. Om ook in 2040 boven die grens te blijven storten we vanaf de begroting 2027 jaarlijks circa €10 miljoen in de reserves gestort.
● De schuld bedraagt maximaal 130% van de begroting om de rentelast te beperken
● We voeren een investeringsplafond in voor de nieuwe investeringen van €300 miljoen. Dat bedrag indexeren we jaarlijks met de groei van de begroting. Halverwege de coalitieperiode evalueren we dit.
We zorgen voor voldoende buffers voor financiële tegenvallers
Het uitgangspunt ten aanzien van de weerstandsratio wordt gehandhaafd: deze beweegt zich binnen de bandbreedte van 1,0 en 1,5. Dreigt de ratio onder de 1,0 te komen, dan worden de reserves aangevuld tot minimaal 1,0.
We maken het aantal reserves overzichtelijker
Er komt beter zicht op alle reserves (‘potjes geld’), die waar mogelijk worden ingezet. Het aantal reserves wordt verminderd, in lijn met motie 551 (2026), in samenspraak met de Adviescommissie Controle en Financiën. Hoeveel reserves behouden blijven, is nog niet bepaald.
We gaan zo realistisch mogelijk ramen
Om het jaarrekeningresultaat dichter bij de begroting te brengen, wordt de raming voor de eerste jaren met €10 miljoen bijgesteld (aflopend op de middellange termijn) en wordt een correctie toegepast op het tempo van investeringen, om rekening te houden met vertraging bij uitvoering en netcongestie.
We zorgen voor financiële degelijkheid
Risico's, bijvoorbeeld op het terrein van jeugdhulp of netcongestie, worden opgevangen doordat jaarlijks een storting in de reserves wordt gedaan en het weerstandsvermogen op peil wordt gehouden.
We proberen verdere lastenverhogingen en bezuinigingen te voorkomen
Nieuwe tegenvallers worden in beginsel binnen de eigen portefeuille opgelost. Zijn de financiële problemen daarvoor te groot, dan wordt gekeken of de tegenvallers binnen het begrotingsprogramma opgelost kunnen worden, of dat de realisatie van investeringen of de storting in de reserves een oplossing biedt. Lukt ook dat niet, dan wordt het onderdeel van de integrale afweging, waarbij preventie wordt ontzien en kapitaalvernietiging wordt voorkomen.
We voeren ongedekte moties niet uit
Moties en voorstellen waarvoor geen dekking is aangegeven, worden niet uitgevoerd.
We zorgen voor geld om knelpunten mee op te vangen
Het volume-accres (de jaarlijkse groei van het Gemeentefonds vanwege economische groei) wordt beschikbaar gehouden om knelpunten bij de Voorjaarsnota op te lossen.