Paragrafen

Financiering

Financieringsbehoefte / EMU-saldo

Decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen) zijn zowel bij hun begroting als bij hun jaarrekening verplicht om een EMU-saldo te berekenen. Het EMU-saldo heeft het karakter van een resultaatbepaling op kasbasis. Om die reden geeft de uitkomst van het EMU-saldo een goede richting in de gemeentelijke financieringsbehoefte: een negatief EMU-saldo duidt op een aanvullende financieringsbehoefte.

Jaarlijks worden in de September- of Decembercirculaire van het Gemeentefonds voor alle gemeenten zogenoemde individuele referentiewaarden berekend. Dit betreft een richtwaarde voor het maximaal tekort dat een gemeente zou mogen hebben. De in de Septembercirculaire voor 2026 berekende referentiewaarde bedraagt voor de gemeente Utrecht 108,9 miljoen euro. In onderstaande tabel wordt deze waarde ook gebruikt voor het bepalen van de verwachte afwijking voor 2027.

Tabel 1 Ontwikkeling EMU-saldo 2025 – 2028

x €1.000.000

Gerealiseerd 2025

Geactualiseerde raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

EMU-saldo (minteken = tekort)

-83,9

-137,5

-7,0

 -184,2

Gemeentelijke referentiewaarde

-108,9

-108,9

-108,9

 -108,9

Afwijking (minteken = overschrijding)

25,0

-28,6

  101,9

 -75,3

Voor een nadere specificatie van de belangrijkste posten die tezamen het EMU-saldo vormen wordt verwezen naar de bijlage EMU-saldo . Uit die bijlage blijkt dat verwachte investeringsuitgaven een belangrijke rol spelen bij deze uitkomsten. Ten aanzien hiervan wordt opgemerkt dat een investeringsplanning altijd enige onzekerheidsmarge kent. Dit heeft te maken met de grote aantallen projecten waarvan zowel de omvang van de uitgaven als het kasritme daarvan over de jaren heen soms moeilijk zijn in te schatten.
Met uitzondering van 2023 vertoonde het EMU-saldo van onze gemeente in voorgaande jaren telkens een positievere uitkomst dan geraamd. Dit werd met name veroorzaakt door afwijkingen in het exploitatiesaldo voor bestemming, in mutaties op grondexploitaties en in achterblijvende realisatie van investeringsuitgaven. Met betrekking tot dat laatste wordt in overleg met de organisatieonderdelen getracht om telkens tot een zo nauwkeurig mogelijke investeringuitgavenraming voor de komende jaren te komen.

Een negatief EMU-saldo leidt tot het oplopen van de gemeentelijke schuldquote. Voor een meerjarige doorkijk op de schuldquote wordt verwezen naar de Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing  .

Afgezien van het effect op de schuldquote hebben de in tabel 1 berekende overschrijdingen slechts een signaalfunctie. Weliswaar is in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) een sanctiemechanisme voorzien indien de EMU-norm structureel wordt overschreden, maar het is van belang te onderstrepen dat dergelijke sancties alleen, achteraf, aan werkelijke uitkomsten op landelijk niveau verbonden zijn en niet aan verwachtingen zoals becijferd in begrotingen van individuele gemeenten. 

Schuldpositie en -ontwikkeling

Schulddefinities
Bij gemeenten worden verschillende schulddefinities gehanteerd. In dit verband kunnen worden genoemd:

  • De bruto gevestigde schuld
    Dit betreft het totaal van de aangetrokken korte en lange financiering.
  • EMU-schuld
    De EMU-schuld wordt gedefinieerd als het totaal van de uitstaande leningen ten laste van de collectieve sector. Dit is de bruto gevestigde schuld onder aftrek van de leningen die van medeoverheden zijn opgenomen.
  • Netto schuld
    Dit betreft het (balans)saldo van enerzijds lang- en kortlopende schulden en anderzijds lang- en kortlopende financiële activa en vorderingen. Zie voor de opbouw van de netto schuld tabel 3.
    Dit schuldbegrip maakt onderdeel uit van de berekening van de zogenoemde netto schuldquote. Hierbij wordt de netto schuld uitgedrukt als aandeel van de inkomsten. Inkomsten bepalen immers in belangrijke mate hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Dit kengetal maakt onderdeel uit van onze interne schuldnormering (zie hierna tabel 4, kengetal 1)

Opgenomen en op te nemen financiering

Op grond van de geprognotiseerde balans wordt voor 2026 en 2027 een aanvullende financieringsbehoefte voorzien van in totaal 215 miljoen euro. De betreffende bedragen komen in tabel 2 tot uitdrukking in de posten Onderhandse leningen en Medium Term Notes.
Op renteswaps wordt zowel in 2026 als in 2027 een bedrag van 5 miljoen euro regulier afgelost.
In 2026 en 2027 lopen geen leningen af. In 2026 is er al aanvullend 50,0 miljoen euro gefinancierd. Herfinanciering heeft een neutraal effect op de gemeenteschuld.
In onderstaande tabel is het verwachte verloop weergegeven van de bruto gevestigde schuld en, daarvan afgeleid, de EMU-schuld. De in deze tabel voor 2026 tot en met 2028 opgenomen bedragen aan kortlopende leningen zijn gebaseerd op een circa 60-procents benutting van de gemeentelijke kasgeldlimiet.Dit laatste percentage is gebaseerd uit ervaringen uit het verleden.

Tabel 2 Verwacht verloop leningenportefeuille en EMU-schuld tot en met eind 2028

x €1.000.000

Soort

Ultimo 2025 conform jaarrekening

Raming
stand per
31-12-2026

Raming
stand per
31-12-2027

Raming
stand per
31-12-2028

Onderhandse leningen

685,0

903,0

910,0

1.040,0

Renteswaps (derivaten)

268,0

263,0

258,0

253,0

Subtotaal BBV-categorie onderhandse leningen van binnenlandse banken

953,0

1.166,0

1.168,0

1.293,0

Medium Term Notes (MTN’s; BBV-categorie obligaties)

151,0

151,0

151,0

151,0

Subtotaal langlopende leningen

1.104

1.317,0

1.319,0

1.444,0

Kortlopende leningen

131,5

105,0

79,0

110,0

Bruto gevestigde schuld

1.235,5

1.422,0

1.398,0

1.554,0

Waarvan opgenomen van mede-overheden

115,0

115,0

115,0

115,0

EMU-schuld

1.120,50

1.307,0

1.283,0

1.439,0

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt neemt de bruto gevestigde schuld over de periode 2025 tot en met 2028 naar verwachting toe met 318,5 miljoen euro. Hierdoor zullen de rentelasten stijgen. In combinatie met de oplopende externe rente leidt dit tot een toenemend beslag op de begroting.

Netto schuld

De opbouw en het verwachte verloop van de netto schuld kan als volgt worden weergegeven:

Tabel 3 Verwacht verloop netto schuld tot en met eind 2028

x €1.000.000

Soort

Ultimo 2025 conform jaarrekening

Raming
stand per
31-12-2026

Raming
stand per
31-12-2027

Raming
stand per
31-12-2028

Bruto gevestigde schuld:

  • Vaste schuld

1.104,0

1.317,0

1.319,0

1.444,0

  • Vlottende schuld

131,5

105,0

79,0

110,0

Subtotaal bruto gevestigde schuld

1.235,5

1.422,0

1.398,0

1.554,0

Overige vaste schulden

17,4

17,4

17,4

17,4

Overige vlottende schulden

30,6

31,3

28,2

25,2

Overlopende passiva

569,2

482,7

518,7

554,7

Subtotaal schulden (A)

1.852,7

1.953,4

1.962,3

2.151,3

Minus:

Uitzettingen >1jr Schatkist

0,0

0,0

0,0

0,0

Overige uitzettingen >1jr

0,2

0,2

0,2

0,2

Uitzettingen <1jr

177,1

156,0

157,6

159,2

Liquide middelen

4,1

0,1

0,8

0,9

Overlopende activa

109,6

97,9

101,3

104,8

Subtotaal financiële activa en overige vorderingen (B)

291,0

254,2

260,0

265,2

Netto schuld (A – B)

1.561,7

1.699,1

1.702,4

1.886,1

Uit deze tabel blijkt dat per eind 2028 een netto schuld wordt verwacht van bijna 1,9 miljard euro. Ten opzichte van de stand per eind 2025 betekent dit een toename met circa 0,32 miljard euro. Dit houdt nauw verband met de uitkomsten van de EMU-saldi over die periode (zie tabel 1 en ook de bijlage EMU-saldo ).

Interne schuldnormering

In het Coalitieakkoord 2026-2030 is opgenomen dat de netto schuldquote maximaal 130% bedraagt. Dit leidt tot het volgende beeld:

Tabel 4 Interne schuldnormering voor 2027

Kengetal

Eenheid

Norm 2027

Raming 2027

1. Netto schuldquote =
            Netto schuld                    1.702,4 miljoen euro
            Baten voor bestemming  2.324,2 miljoen euro

percentage

130%

73,2%

2. Interne risiconorm =

Netto aflossingen en renteherzieningen niet hoger dan 10% van de leningenportefeuille

miljoen euro

131,9

0

3. Netto rentelasten in % van de exploitatielasten

percentage

4,0%

1,75%

4. EMU-referentiewaarde

miljoen euro

-108,9 (1)

-7,0

(1)   Minteken = (geraamd) tekort; met betrekking tot het normbedrag zie ook tabel 1 en de toelichting daarbij.

Uit voorgaande tabel blijkt dat wij naar verwachting in 2027 binnen de intern bepaalde normen zullen opereren.
In meerjarig perspectief verwachten wij een verder oplopende schuldquote. Dit hangt samen met de ambitie om de komende jaren te blijven investeren in de stad.

Kengetallen BBV

Op grond van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dienen enkele (schuld)kengetallen te worden opgenomen voor het begrotingsjaar en voor de drie daarop volgende jaren. Dit ter bevordering van onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Vanuit de financieringsfunctie zijn dit:

  • Netto schuld
  • Netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • Solvabiliteit

Het verwachte verloop van deze kengetallen is opgenomen in de Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing .

Interne rente
De gemeente Utrecht past de vanuit het BBV voorgeschreven renteomslagmethodiek toe. Door middel van deze methodiek worden aan investeringen de gemiddelde rentekosten toegerekend die voortvloeien uit de opgenomen geldleningen en/of eigen middelen waarmee zij zijn gefinancierd.
In onderstaande tabel is het verwachte financieringsresultaat becijferd aan de hand van het rekenschema zoals voorgeschreven vanuit het BBV.

Tabel 5 Financieringsresultaat

x €1.000

Omschrijving

Raming 2026

Raming 2027

a. Externe rentelasten lange en korte financiering

37.235

38.922

b. Externe rentebaten

20

20

Saldo externe rentebaten en -lasten

37.215

38.902

c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

0

0

c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

0

c3. Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

37.215

38.902

d1. Rente over eigen vermogen

2.228

2.228

d2. Rente over voorzieningen

44

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

39.487

41.130

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

38.231

40.685

Renteresultaat op het taakveld Treasury (financieringsresultaat)

-1.256

-445

Bij de meerjarenraming is voor (her)financiering uitgegaan van de volgende renteniveaus:

2027

2028

2029

2030

Lange rente

3,90%

3,90%

3,90%

3,90%

Korte rente

2,50%

2,50%

2,50%

2,50%

Een positief renteresultaat betekent dat de rente die intern aan investeringen wordt toegerekend hoger is dan het totaal aan in- en externe rentelasten. Het renteresultaat maakt onderdeel uit van het programma Algemene Middelen.

De omvang van de investeringsagenda leidt tot een groei van de balans en een toenemende financieringsbehoefte. Dit resulteert in oplopende rentelasten die vanuit kapitaallasten moet worden gedekt. Zoals toegelicht in de paragraaf Investeringen van deze begroting gaan we voor het opstellen van de geprognosticeerde balans uit van een trendmatige groei van de investeringsuitgaven van 20 miljoen euro per jaar. Maatregelen vanuit het programma Grip op investeringen om investeringsvolumes en bijbehorende kapitaallasten realistischer te ramen, werken door in de uitgangspunten voor de financieringsbehoefte, de interne rente en het verwachte renteresultaat. In de paragraaf Investeringen wordt het programma Grip op investeringen verder toegelicht.

Deze pagina is gebouwd op 09/22/2026 15:22:39 met de export van 09/22/2026 15:13:16