Strategische programmarisico’s | Maatregel |
|---|
We zien nog steeds dat de financiële bijdrage vanuit het Rijk voor onderwijshuisvesting – door stijgende marktprijzen, duurzaamheidseisen en netcongestie – ontoereikend is. Door druk op de beschikbare ruimte wordt het duurder en ingewikkelder om nieuwe schoolgebouwen en kinderopvang in te passen. | - We lobbyen samen met de G4-steden en/of VNG voor een betere vergoeding voor onderwijshuisvesting.
- Indien noodzakelijk stellen we het ambitieniveau van de projecten bij.
- We bouwen zo efficiënt en slim mogelijk en zoeken naar mogelijkheden om gebouwen buiten schooltijden te blijven gebruiken en functies in een gebouw te combineren. Zo benutten we de schaarse ruimte optimaal en realiseren we meer binnen de financiële kaders.
- In de beleidsnota onderwijshuisvesting zijn de ambities bijgesteld op basis van de financiële ruimte. Naast de wettelijke eisen voldoen we alleen aan Utrecht Standaard Toegankelijk (UST), frisse scholen klasse B en energieneutraal bouwen (ENG).
|
|---|
De wet meer ruimte voor nieuwe scholen, de stichtingsprocedure van nieuwe scholen in het funderend onderwijs staat op gespannen voet met de ambitie voor meer robuuste scholen. In Utrecht wordt met enige regelmaat een nieuwe school gestart, waar de gemeente op relatief korte termijn huisvesting voor moet organiseren. Dit botst met de beweging die wij samen met bestaande schoolbesturen in de stad hebben ingezet richting het verminderen van het aantal kleine scholen. Samen met schoolbesturen werken we wijkgericht via zogenaamde 'herschikkingsgesprekken' toe naar robuuste scholen met een toekomstbestendige omvang. De komst van een nieuwe school in een wijk waar al (te) veel (kleine) scholen zijn en waar trajecten lopen om scholen samen te voegen, bemoeilijkt het vormen van robuuste scholen. | - We blijven inzetten op lobby, samen met de G4-steden, voor een herziening van de wet meer ruimte voor nieuwe scholen.
- Als gemeente hebben we geen invloed op de stichting van nieuwe scholen, wel op de plek binnen de stad waar we de nieuwe school huisvesten. Hiervoor hebben we een afwegingskader opgesteld. Met het toepassen van dit afwegingskader beogen we tot een locatiekeuze te komen waarbij de belangen van de Utrechtse leerlingen voorop staan en de belangen van de initiatiefnemer en de bestaande scholen in de stad zo goed mogelijk zijn afgewogen.
|
|---|
Als er tekorten (blijven) bestaan op de arbeidsmarkt dan blijft de personele capaciteit bij onze partners (in preventie, jeugdhulp en jeugdbescherming, onderwijs en kinderopvang) onder druk staan met als gevolg toenemende werkdruk, verzuim en verloop van personeel, en daardoor verminderde kwaliteit, oplopende wachtlijsten en kosten (o.a. door inhuur zzp’ers/ onderaannemers). | - We zetten samen met onze partners in op werving en behoud van professionals en verkennen hoe professionals flexibeler kunnen worden ingezet op basis van vaardigheden/vakbekwaamheid.
- Met de aanpak ‘Utrecht Leert!’ spannen we ons in voor voldoende leraren. Ook zetten we actief in op een gezamenlijke werving, op samenwerking tussen de pabo's en speciaal onderwijs bij het opleiden en door actief personeel toe te leiden naar scholen waar zij van de grootste waarde zijn.
- Ook zetten onze partners meer in op groepsgerichte vormen van ondersteuning en e-health voor jeugdigen en gezinnen met een hulpvraag.
- We geven beroepenvoorrang voor professionals in (jeugd)zorg, onderwijs en kinderopvang voor (betaalbaar) wonen. In 2026 is de gereduceerde parkeervergunning 'maatschappelijk' van kracht geworden.
|
|---|
Als de landelijke trend van volumegroei (zie advies Groeipijn, Van Ark I) zich voor blijft doen in Utrecht dan is het risico dat we de begroting (die geen rekening houdt met volumegroei) overschrijden met als gevolg een financieel knelpunt of oplopende wachtlijsten. | - We voeren met onze partners het scherpe gesprek over begrenzen van jeugdhulp en het waar nodig opbouwen van alternatieven in de pedagogische basis en basishulp om dit mogelijk te maken (zie de vijf ontwikkellijnen zoals benoemd in het ambtelijk overdrachtsdossier (pg. 102)). Zo houden we jeugdhulp beschikbaar voor kinderen en gezinnen die dat het hardst nodig hebben.
- We blijven samen met de G4-steden en VNG inzetten op reële compensatie van middelen cf. het advies Groeipijn (Van Ark), met indien nodig een juridische procedure tegen het Rijk.
|
|---|
Als het onvoldoende lukt om de grondoorzaken van de vraag naar jeugdhulp (gelegen in volwassenenzorg, bestaanszekerheid op gebied van inkomen/ financiën en wonen) aan te pakken, dan blijft de vraag naar jeugdhulp toenemen met als gevolg een financieel knelpunt of oplopende wachtlijsten . | - We blijven inzetten op het bevorderen van de integrale samenwerking van Jeugd en andere domeinen zoals Wmo, wonen, W&I, volwassen-GGz.
- We blijven, samen met de VNG, inzetten op inhoudelijke opvolging van het advies Groeipijn (Van Ark), dat ook het Rijk oproept om verantwoordelijkheid te nemen in de aanpak van grondoorzaken.
- We blijven sturen op de kerntaken van onze jeugdhulppartners en stimuleren partners om eerder/meer appel te doen op ondersteuning vanuit aanpalende terreinen voor het aanpakken van grondoorzaken.
|
|---|
Als jeugdigen en ouders die ondersteuning nodig hebben, dit onvoldoende kunnen organiseren in hun eigen netwerk, dan doen zij (vaker) beroep op professionele hulp met als gevolg een financieel knelpunt of oplopende wachtlijsten . | - We betrekken ouders en jongeren meer bij de ondersteuning die zij krijgen, door aan te sluiten bij wat zij zelf met hulp van hun netwerk en omgeving kunnen doen en dat te faciliteren.
- We versterken de gemeenschapskracht door ouders actief te stimuleren elkaar te ontmoeten, contacten op te doen, elkaar te helpen en hun vragen te stellen aan de professionals in de wijk. Daarbij is aandacht voor de specifieke behoeften van de wijk/buurt.
- We normaliseren hulpvragen en voeren het scherpe maatschappelijke gesprek over welke vragen met eigen kracht van ouders, hun netwerk en omgeving kunnen worden opgepakt.
|
|---|
Als de eigen bijdrage Jeugdzorg niet per 1 januari 2028 wordt ingevoerd, dan ontvangen we de inkomsten uit deze ‘maatregel’ niet, met als gevolg dat we alternatieve dekking moeten vinden voor de 4,4 mln. die per 2028 is verwerkt als baten in de begroting. | - We lobbyen met de G4-steden en VNG dat deze eigen bijdrage niet wordt ingevoerd, want deze regeling leidt tot een onwenselijke drempel voor kinderen en gezinnen die jeugdhulp nodig hebben.
- We lobbyen richting Rijk dat wanneer deze EB maatregel niet wordt ingevoerd, gemeentes hiervoor worden gecompenseerd.
|
|---|
De financiële risico’s zijn in een totaaltabel terug te vinden in de paragraaf Weerstandsvermogen en de risico’s met betrekking tot de Verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen .