Programma 's

Klimaatvriendelijke stad

Risico's

Strategische programmarisico’s

Maatregel

Netcongestie (teruglevering)  
Doordat er steeds meer energie opgewekt wordt, is een netcongestieproblematiek in de regio Utrecht ontstaan. Hierdoor kunnen we (grote) opwekprojecten (Zon op dak, zonnevelden en wind) mogelijk niet tijdig aansluiten op het net met als gevolg dat we minder duurzame elektriciteit kunnen opwekken.  

Per project zoeken we, indien er geen netaansluiting komt, maatwerkoplossingen voor het aansluiten op het elektriciteitsnet. Oplossingen zijn bijvoorbeeld cable pooling en het direct verbruiken van de energie. De provincie is aan de slag met de voorbereidingen van de nieuwe ronde p-MIEK 3.0 (provinciaal meerjarenprogramma investeringen energie en klimaatinfrastructuur) waarbij de benodigde meerjareninvesteringen in de energie-infrastructuur in beeld worden gebracht. In de regionale samenwerking wordt verkend of energiebeelden op netvlakniveau in de toekomst gaan helpen om nieuwe netcongestie te voorkomen.

 Langdurige netcongestiesituatie
 Vanaf 1 juli 2026 zijn er geen nieuwe klein- en  grootverbruikaansluitingen (voor opwek en/of afname) meer mogelijk op het elektriciteitsnet.  Een deel van de woningbouwontwikkelingen tot 1 april  2029 kunnen nog doorgaan echter nieuwe ontwikkelingen  en ontwikkelingen na die tijd komen op een wachtlijst. 
Dit heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van de stad en het uitvoeren van taken van de gemeentelijke organisatie (zoals opvang) en het verduurzamen van de stad. Mogelijk risico is dat de geplande netuitbreidingen  (o.a. Utrecht Noord in 2031) vertraagd of dat oplevering niet direct leidt tot een oplossing vanwege de afhankelijkheden op andere locaties in het regionale en landelijke elektriciteitsnetwerk. Een ander risico is dat kabels te zwaar belast worden en daardoor stroomuitval ontstaat. Ook bestaat het risico dat voorzieningen in de stad niet kunnen worden aangesloten.

In 2023 is het uitvoeringsprogramma elektriciteit en netcongestie opgesteld en in 2025 is een aanvullend uitvoeringsprogramma netcongestie gestart. De maatregelen in de programma's dragen bij aan het verminderen van de impact van netcongestie en aan maatregelen om ontwikkelingen aan een netbewuste stad door te kunnen laten gaan. We zoeken naar creatieve en innovatieve oplossingen. Er wordt o.a. gekeken naar het (tijdelijk en/of het versnellen van) uitbreiden van de capaciteit in het net, het faciliteren van uitbreiding van energie infrastructuur, het netbewust bouwen, het beter inpassen van energie infrastructuur en het slimmer omgaan met de beschikbare capaciteit. En we werken aan het vergroten van de weerbaarheid van de stad o.a. voor stroomuitval. We herijken de uitvoeringsprogramma’s om ze aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. 

Vertraging in het ontwikkelen van landelijke flankerend beleid voor de warmtetransitie  
Door vertraging in de ontwikkelingen van het landelijke flankerende beleid en een beperkte beschikbaarheid van landelijke middelen, is op het op dit moment niet mogelijk om een betaalbaar warmteaanbod aan bewoners te doen, evenals het bereiken van overeenstemming over het publieke meerderheidsaandeel in warmtebedrijf Eneco.  

In diverse samenwerkingsallianties (G4, Warmtealliantie en VNG) blijven we aandringen op het ontwikkelen van afdoende landelijk flankerend beleid om tot een betaalbaar warmteaanbod voor bewoners te komen. Onderdeel van onze inzet is snelle start van de onderhandelingen van het rijk met Eneco over het publieke meerderheidsaandeel van het huidige private warmtebedrijf Eneco. Daarnaast zijn we met buurtwarmte-initiatieven aan de slag om stappen te maken naar een duurzaam warmtealternatief.  

Er is schaarste voor personeel  op de arbeidsmarkt voor de energietransitie. Dat kan in de toekomst (als we grootschalig woningen van het aardgas halen) wel tot capaciteitsproblemen leiden.

In 2026 is een uitvoeringsprogramma Arbeidsmarkt (27 januari 2026 ) vastgesteld waar een sectorale aanpak voor Bouw & Techniek is uitgewerkt. Daarnaast werkt het Rijk aan een landelijke Actieprogramma voor dezelfde doelgroep waardoor vertraging in de uitvoering ontstaat.

Er is beperkte fysieke ruimte voor alle maatschappelijke opgaven, waaronder Energietransitie. Er is ruimte nodig voor opwek, onder en boven de grond voor leidingen, warmtenetten en zware elektriciteitskabels, hoog- en middenspanningstations, bronnen (zoals wind, zon) en grootschalige luchtwarmtepompen, aquathermie en opslag van energie.

Bij concrete initiatieven maken we een integrale gebiedsafweging tussen de diverse maatschappelijke opgaven. We brengen deze in beeld hoe ruimte voor toekomstige leidingen via beleid, regels of andere oplossingen gerealiseerd kan worden. In de beleidsnota warmte en warmteprogramma werden de eerste uitwerkingen uiteengezet. Met de coalitieopdracht om tot een integrale Omgevingsvisie te komen brengen we de ruimtelijke impact voor energie ook stedelijk in beeld. Dit betekent dat er afwegingen moeten worden gemaakt tussen de diverse maatschappelijke opgaven die ruimte vragen.

Geopolitiek ontwikkelingen 
De afgelopen jaren zien we dat door geopolitieke ontwikkelingen de energieprijzen fluctueren . Dit heeft gevolgen voor bewoners die een relatief groot deel van hun inkomen aan energiekosten kwijt zijn en daarmee kans lopen op energiearmoede.

We zetten in op lange termijn oplossingen door de huishoudens met een laag inkomen te helpen met het verduurzamen van hun woningen door isolatiemaatregelen, energiecoaching inclusief energieboxen en adviezen aan te bieden. Voor een directe tegemoetkoming in de energiekosten is het nodig dat het rijk tegemoetkomingen beschikbaar stelt bijvoorbeeld in de vorm van een Tijdelijk Noodfonds Energie.

 
De financiële risico’s zijn in een totaaltabel terug te vinden in de paragraaf Weerstandsvermogen en de risico’s met betrekking tot de Verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen .

Deze pagina is gebouwd op 09/22/2026 15:22:39 met de export van 09/22/2026 15:13:16